Nederland is bang voor de moslim
‘De media hebben een belangrijke rol gespeeld bij het creëren van een klimaat van angst voor moslim.’
Nederland is bang voor de fundamentalistische moslim, maar bij vele houdt het daar niet op. De Nederlandse bevolking distantieert zich steeds meer van de islam en de moslims. De kloof tussen de moslims en de niet-moslims wordt alsmaar groter. De media zijn hier mede verantwoordelijk voor. De negatieve berichtgeving wint het overtuigend van de positieve berichtgeving. Kwalijke zaken waarin moslims de hoofdrol spelen worden breed uitgemeten in de pers. Moslims en problemen lijken zo onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het negatieve beeld dat wordt geschetst bij de moslimgemeenschap leidt tot angst. Na de fatale 11 september in 2001 spitste die angst zich vooral toe tot het grootschalige terrorisme. Tegenwoordig is dat al lang niet meer de grootste bron van angst. De politiek en de media richten zich veel meer op de kleine criminaliteit. De, meestal jeugdige, hangjongeren met Marokkaans of Turks bloed die zich misdragen: oude vrouwtjes lastigvallen, buurtsupermarkten overvallen, homo’s of alleenstaande moeders bedreigen. De conclusie dat deze Marokkanen of Turken moslim zijn, wordt (te) snel getrokken. De angst die er is ontstaan voor de moslims is dus niet de angst voor bijvoorbeeld de Al Qaida. Nee, integendeel. Het gaat om misdrijven die iedere Nederlander kan treffen. Op elke straathoek. Dié angst is ontstaan door het negatieve beeld in Nederland. De media dragen daaraan bij door vaak de afkomst van een allochtone dader te vermelden, terwijl de dader 9 van de 10 keer al heel zijn leven in Nederland woont. Vaak in het bezit van alleen een Nederlands paspoort.
Mijn opvatting wordt ondersteund door een rapport van Brants, Crone en Leurdijk. Zij suggereren dat met name in de berichtgeving over de islam en moslims de Nederlandse media (vermeende) verschillen tussen de autochtonen en moslimcultuur onnodig overdrijven en problematiseren. De media hebben een belangrijke rol gespeeld bij het creëren van een klimaat van angst voor de moslim. Forum, Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling, publiceerde in 2008 een onderzoeksrapport met de volgende passage in het voorwoord: ‘Wij achten het debat in een democratische rechtstaat van essentieel belang. Om dat debat met het oog op de toekomst echter ook constructief te laten zijn, is het belangrijk dat in dat debat ruimte is voor feiten. We moeten helaas vaststellen dat discussies in de media weinig in het perspectief van de feiten worden gezet.’
Dat dit probleem niet van deze tijd is blijkt uit een onderzoek uit 1991. Destijds analyseerden Lahaise, Kross en Joseph de berichtgeving in Nederlandse media over moslims en de verhoudingen tussen moslims en autochtone Nederlanders ten tijde van de Golfcrisis. De auteurs kwamen erachter dat in veel genuanceerde achtergrondverhalen toch vreemd werd geschreven over moslims en de islam. In veel koppen stonden vaak stereotiepen over moslims. Tevens hebben journalisten de onrust tussen moslims en autochtone in Nederland overdreven. De berichtgeving heeft destijds eerder bijgedragen aan de spanningen dan dat er daadwerkelijk spanningen waren. “Er is veelal sprake geweest van een initiërende of zelfs provocatief opgeroepen creatie van meningen die misschien wel latent aanwezig waren, maar pas werden geuit of gevormd op nadrukkelijke navraag door journalisten” (Lahaise et al, 1991, p. 38).
Vermoorde onschuld
Twintig jaar later kunnen we niet zeggen dat het probleem is opgelost. Integendeel zelfs, het probleem lijkt alsmaar groter te worden. Volgens W. Shadid, hoogleraar interculturele communicatie aan de Universiteit van Tilburg en Universiteit Leiden, leveren de media direct en indirect een bijdrage aan de slechte verstandshouding tussen autochtonen en moslims. De beeldvorming is negatief en de media zouden zelfs een rol spelen in de discriminatie van allochtonen in de samenleving. Het gaat hier inderdaad over allochtonen en niet over moslims, maar toch. De constatering van Shadid is opmerkelijk en moeilijk te verklaren. Waarom is de berichtgeving in de verschillende media zo negatief? De journalisten spelen de vermoorde onschuld, maar zijn ze wel zo onschuldig als ze beweren. Is het niet gewoon zo dat er inderdaad negatief wordt bericht over de islam, over de moslims en eigenlijk gewoon over de allochtonen in het algemeen. “Etnische minderheden zijn ondervertegenwoordigd in nieuwsmedia en/of komen slechts voor in een beperkt aantal rollen of posities: als dader van criminaliteit, als veroorzaker van problemen, of als slachtoffer van werkloosheid of racisme” (Leurdijk, A. (1999) Televisiejournalistiek, over de multiculturele samenleving. Amsterdam, Het Spinhuis). Dit beeld wordt bevestigd door Petra E. van Helden die haar scriptie wijdde aan de beeldvorming over moslims in de media en onder de Nederlandse bevolking. Haar conclusie komt sterk overheen met die van Leurdijk. ‘De berichtgeving over de islam is over het algemeen probleemgericht. Er is veel aandacht voor imams die tegen homo’s zijn of radicale preken houden. In Nederlandse moskeeën wordt, volgens een rapport van de AIVD (Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst), gerekruteerd voor de jihad. Ook op islamitische scholen zou opgeroepen worden tot haat tegen de westerse wereld. Op deze scholen zijn radicalen actief en wordt integratie tegengewerkt. De islam vormt, zo zou je uit deze berichtgeving kunnen opmaken, een bedreiging voor de Nederlandse bevolking en voor de westerse waarden.’(Petra E. Helden. (2005) Framing Islam. Vrije Universiteit Amsterdam. Pag. 25)
Een bekend voorbeeld waar de journalistiek ernstig tekortschoot was op 13 september 2001. Twee dagen na de aanslagen op de Twin Towers kopt het NRC Handelsblad het volgende: ‘Bin Laden heeft ook aanhang in Ede’. Een bericht wat is gebaseerd op voornamelijk aannames van de journalist van dienst. Een groepje baldadige moslims zou feest hebben gevierd naar aanleiding van de aanslagen in New York. Er is één hele bron geraadpleegd: een plaatselijke politiewoordvoerder. Op 28 september rectificeert het NRC Handelsblad met de kop ‘In Ede was het geen feest om de aanslagen op VS’. Wie leest de rectificatie nog? Het kwaad is al geschied. Onzorgvuldigheid? Volgens het onderzoeksbureau Foquz etnomarketing (2002) vindt 55 % van de moslims dat de media onzorgvuldig omgaan met de berichtgeving over de islam. Of is het toch de drang om te scoren? Volgens Azem worden de moslims voortdurend gegeneraliseerd en steeds beschreven als ‘de ander’. Dat levert dan weer interessante koppen en onderhoudend leesvoer op. (Azem, Z. (1999). Limiting thought: Representations of Islam in Western print media. Islamic culture: an English quarterly, 73, nr. 4, 1-44).
Overhand
Is er dan geen enkel positief punt te bespeuren. Wanneer men héél goed zoekt is er een positieve tendens zichtbaar. Minimaal, maar het is in ieder geval iets. Zo constateert Bart Top (2007) het volgende: “Ondanks het falende diversiteitbeleid bij de Publieke Omroep en bij de kranten is er toch heel veel gebeurd. Veel meer autochtone journalisten hebben zich verdiept in de religie en cultuur van moslims en schrijven daar redelijk genuanceerd en evenwichtig over. De indruk is dat de kwaliteit van de berichtgeving over de multiculturele samenleving over de hele linie is toegenomen en dat journalisten ook meer stilstaan bij mogelijke effecten van hun werk.”(Evers, Huub. Over interculturaliteit en kwaliteit van de journalistiek. Fontys Hogeschool Journalistiek. Pag. 24). En Deuze (2007) constateert dat de multiculturele samenleving op internet allang bestaat. Leuk en aardig dat de journalisten ‘meer stilstaan bij mogelijke effecten van hun werk’ (lijkt me ook vrij logisch, toch?) toch maken ze vrijwel allemaal dezelfde fout. Zelfs wanneer er positieve aandacht is voor migranten in de media, worden ze vooral beschreven op grond van hun status als ‘allochtoon’ en niet vanwege hun expertise en kwaliteiten. Halleh Ghorash stelt dat ‘De uitkomst is dat ‘allochtonen’ vooral vanuit hun anders zijn worden benaderd en niet altijd vanuit hun kwaliteiten en mogelijke competenties..’ (Evers Huub en Serkei Carmelita (red.) Naar een interculturele journalistiek. Aksant Amsterdam, 2007. Pag. 67)
De kwaliteit van de berichtgeving over de multiculturele samenleving over de hele linie is dus toegenomen. Is dat voldoende? Nee. De negatieve berichtgeving heeft tot op de dag van vandaag de overhand. De allochtone Nederlander herkent zich niet in de berichtgeving. Een kleine groep die problemen veroorzaakt eist alle aandacht op. En die aandacht krijgen ze ook. In een door Henk Blanken en Mark Deuze geredigeerde bundel De Mediarevolutie (2003) schrijft Martijn de Waal: ‘Uit verschillende onderzoeken blijkt dat allochtone Nederlanders niet alleen een tekort aan representatie in de Nederlandse media ervaren, maar dat daarnaast ook sterk het idee leeft dat de media een sterk vertekend beeld van de verschillende etnische groepen in Nederland schetsen. De media besteden overmatig veel aandacht aan de problemen die een relatief kleine groep veroorzaakt’ (pp. 149-150).
Angst
De media moeten een goed beeld geven van de diversiteit in onze samenleving. Iets wat in mijn ogen op dit moment onvoldoende gebeurt. Moslims worden vaak in verband gebracht met criminaliteit, extremisme, een mislukte multiculturele samenleving en ga zo maar door. Afkomst (terwijl het meestal gewoon Nederlanders zijn) wordt vaak genoemd, terwijl de relevantie discussieerbaar is. Dat leidt tot angst onder de bevolking. De burgers in Nederland gaan op die manier alle moslims wantrouwen, omdat er vaak negatief over wordt bericht. Veel mensen nemen immers klakkeloos over wat er in de media verschijnen en nemen dat tevens voor waarheid aan. Het imago van de moslim blijft op die manier slecht. Op dit moment weten de media zich geen raad met de ontzuilde samenleving en de positie van de moslims in Nederland. Vandaar dat de angst die de media hebben gecreëerd voor de moslims blijft bestaan en mogelijk verergerd. Een kwalijke zaak.
Ties van Dooren
Dinsdag 3 januari 2012
Bronnen:
Mist in de polder: zicht op ontwikkelingen omtrent de islam in Nederland - S. Vellenga, S. Harchaoui, H. El Madkouri & Baukje Sijses (red.). Amsterdam: Aksant, 2009.
W. Shadid is hoogleraar in het vakgebied interculturele communicatie aan de Universiteit van Tilburg
en Universiteit Leiden. Correspondentie: Universiteit Leiden, Postbus 9555, 2300 RB Leiden. E-mail:
shadid@fsw.leidenuniv.nl
https://www.fontys.nl/generiek/bronnenbank/sendfile.aspx?id=223004
https://www.fontys.nl/generiek/bronnenbank/sendfile.aspx?id=223003
https://portal.fontys.nl/instituten/journalistiek/mki/Gedeelde%20documenten/Product%202%20opinierende%20artikelen_p3-10_.pdf
http://www.manavzw.be/_files/Berichtgeving%20over%20moslims%20en%20de%20islam%20in%20de%20westerse%20media%20-%20Shadid%202005.pdf
http://www.communicatieonline.nl/nieuws/bericht/moslims-ervaren-negatieve-berichtgeving/
http://www.express.be/joker/nl/platdujour/91-berichtgeving-moslims-negatief/87361.htm
http://www.kifkif.be/actua/berichtgeving-over-moslims-en-de-islam
http://www.miramedia.nl/feiten/detail.asp?nodeid=16&id=4553&start=0
http://retro.nrc.nl/W2/Lab/Multicultureel/scheffer.html
http://www.goedverwoord.nl/angst-voor-moslims-terecht-of-onterecht
http://www.interculturelecommunicatie.com/download/westerse%20media%20en%20islam.pdf
http://www.interculturelecommunicatie.com/download/media2009.pdf
http://www.depers.nl/binnenland/535244/Angst-voor-de-islam-verkoopt.html
http://www.miramedia.nl/media/files/moslims_media.pdf
http://www.doppert.nl/beeldvorming/migranten.pdf